Nee, een musketier is geen zwaardvechter maar een soldaat die het musket (een soort geweer) hanteert!
In de tijd van de 80-jarige oorlog waren zogenaamde “lontslot” musketten zeer gebruikelijk. Het lontslot, ontleent zijn naam aan het type ontsteking waarmee de hoofdlading in het musket tot ontbranding wordt gebracht, namelijk een gloeiend lont. Gezegdes uit de tijd van de 80-jarige oorlog zoals “lont ruiken” (er dreigt gevaar) of “een kort lontje hebben” (iemand die snel kan ontploffen in zijn karakter), stammen mogelijk af van de musketiers.

Naast het musket was de musketier standaard uitgerust met een bandelier. Dit is een schouderband waaraan 12 apostelen (kruitladingen in vaak houten kokers) zijn opgehangen, een kruithoorn met pankruit en een zak met loden musketkogels. De musketier kan maar 12 keer schieten en heeft na zijn 12e schot dus “zijn kruit verschoten”.
Gemiddeld schoot een geoefende musketier 1 schot per anderhalve minuut. Vandaar dat de musketier altijd optrok met de piekenier voor eigen bescherming.